Terug naar overzicht Print deze pagina

Tumoren van de wervelkolom en het ruggenmerg

Het betreft hier tumoren die kunnen uitgaan van de ruggenwervels, het ruggenmergvlies, de zenuwwortels of van het ruggenmerg zelf. De volgende 4 categorieën worden onderscheiden.

1. Tumoren uitgaand van of groeiend in de wervels.

Dit kunnen bijvoorbeeld uitzaaiïngen zijn van kwaadaardige gezwellen elders uit het lichaam. Ze kunnen aanleiding geven tot een beknelling of afknoering van het ruggenmerg en zenuwen waardoor dat er een ernstige neurologische uitval kan ontstaan. Daarenboven kunnen ze aanleiding geven tot ingezakte wervels waardoor dat de wervelzuil instabiel wordt.

De klachten die patiënten hiervan ontwikkelen zijn in eerste instantie belangrijke pijnklachten ter hoogte van de aangetaste wervel. Bij neurologische uitval ervaren patiënten dit in eerste instantie als tintelingen of doofheid in de onderste en/ofledematen, bemoeilijkte gang en zelfs belangrijke uitval tot volledige verlamming van de onderste en/of bovenste ledematen.

Diagnose van dit type tumor wordt gesteld door middel van een NMR.

De behandeling is afhankelijk van het type van tumor alsook van de algemene oncologische toestand van de patiënt zelf. Vaak worden dergelijke letsels in eerste instantie bestraald. Echter wanneer de wervelzuil instabiel is of wanneer er een belangrijke druk is op ruggenmerg of zenuwkanaal zal geopteerd worden voor een operatieve behandeling. Het doel van de behandeling is enerzijds het stabiliseren van de wervelkolom en anderzijds het bewaren van het voldoende wijd wervelkanaal waardoor functie van het ruggenmerg en de zenuwen gevrijwaard wordt.

2. Tumoren uitgaande van het ruggenmergvlies.

Hierbij gaat het heel vaak over een meningeoom. Meningeomen zijn goedaardige tumoren die uitgaan van het ruggenmergvlies en groeien meestal aan de binnenzijde van dit vlies. Ze veroorzaken door hun geleidelijke groei verdringing en uiteindelijk beknelling van het ruggenmerg of van de zenuwwortels.

De symptomen zijn afhankelijk van de plaats waar de tumor ontstaat. Wanneer dergelijke tumoren ontstaan ter hoogte van de nek of de borstwervels geeft dit in eerste instantie vaak aanleiding tot tintelingen en doofheid respectievelijk in de 4 ledematen en de onderste ledematen.  Wanneer de druk op het ruggenmerg blijft bestaan ontstaat er een stoornis in de fijne handmotoriek en gangstoornissen die patiënt ervaart als een onstabiele houterige gang waarbij hij geen controle meer heeft over zijn benen. Indien geen behandeling plaatsvindt zal dit leiden tot een volledige verlamming van de 4 ledematen (voor het ruggenmerg ter hoogte van de nek) en van de onderste ledematen (voor het ruggenmerg ter hoogte van de borstwervels).

De diagnose kan perfect worden gesteld door middel van een NMR scan. Deze geeft een zeer typisch beeld waardoor de diagnose met heel grote zekerheid kan worden gesteld.

De behandeling van dergelijke tumoren is altijd operatief waarbij een volledige verwijdering van deze tumor wordt beoogd. Meestal gebeuren deze ingrepen via een insnede aan de achtezijde van de wervelkolom. In uitzonderlijke gevallen dient deze ingreep via de voorzijde van de hals of via de borstkas te gebeuren.

Deze ingreep is niet risicoloos. De risico's zijn afhankelijk van de grootte van de tumor en van de beknelling van het ruggenmerg. De ingreep wordt microchirurgisch en onder de operatiemicroscoop zorgvuldig uitgevoerd. Uw neurochirurg zal met u preoperatief de operatie met al zijn aspecten in extenso doornemen.

3. Tumoren uitgaande van de zenuwwortel.

Deze neurinomen of schwannomen zijn eveneens goedaardig en ontstaan uit de Schwancellen. Dit zijn isolatiecellen die als omhulsel om de uitlopers van de zenuwcellen liggen. Meestal bevinden deze tumoren zich daarom tussen de zenuwwortels die ontspringen uit het ruggenmerg.

Symptomen die hiermee gepaard gaan zijn vaak pijnklachten, eventueel uitstralende pijnklachten en vaak ook sensibele stoornissen.

De diagnose van dit type tumor wordt ook hier gesteld door middel van een NMR die een heel specifiek beeld geeft.

De behandeling is afhankelijk van de grootte van de tumor. Wanneer deze zeer klein is kan er worden afgewacht tot er een bewezen groei is. Echter vaak zal de tumor danige grootte hebben dat een operatieve verwijdering zeer wenselijk is. Bij een operatieve ingreep moet vaak de zenuwwortel te samen met de tumor worden verwijderd. Meestal heeft dat echter geen consequenties voor de patiënt omdat door tumorgroei de functie van dat deel van de zenuwwortel al geleidelijk aan  verloren is gegaan. Deze functie is gedurende die periode meestal al overgenomen door andere zenuwwortels. Deze ingreep heeft een laag complicatierisico.

4. Tumoren uitgaande van het ruggenmerg.

Hier wordt een onderscheid gemaakt tussen een astrocytoma en ependymoma. De astrocytoma gaat uit van de steuncellen of astrocyten en kan  zowel goed- als kwaadaardig zijn. De ependymoma gaat uit van de cellen die de binnenbekleding van het centrale kanaal vormen en zijn meestal goedaardig. De ependymomen zij beter afgrensbaar dan de astrocytomen en hebben uiteindelijk een betere prognose. De klachten die bij deze tumoren ontstaan zijn tintelingen, doofheid in de 4 en/of onderste ledematen en krachtsverlies. Ook hier is een NMR scan het onderzoek bij uitstek om de diagnose te stellen.

De behandeling van deze tumoren is zeer delicaat omdat ze binnen het ruggenmerg liggen. Ependymomen zijn in regel veel beter te verwijderen dan astrocytomen omdat het onderscheid tussen ependymomen en gezond ruggenmerg veel beter te zien is dan tussen astrocytomen en gezond ruggenmerg. Dergelijke tumoren leiden ondanks een ingreep toch vaak tot belangrijke neurologische uitval. Uw neurochirurg zal u in een uitgebreid preoperatief gesprek de operatieve techniek en de gevolgen in extenso bespreken.