Terug naar overzicht Print deze pagina

Lumbale spinaalstenose

Vernauwing  van het wervelkanaal is een veel voorkomende aandoening die zich meestal pas op oudere leeftijd manifesteert.  Aan de achterkant van de wervels bevindt zich het wervelkanaal.  In dit kanaal loopt ter hoogte van de nek het ruggenmerg en ter hoogte van de lage rug een bundel zenuwvezels, de zogenaamde paardenstaart of cauda equina.  Het zenuwkanaal heeft een bepaalde diameter maar sommige patiënten hebben van nature een nauwer wervelkanaal dan andere.  Tijdens het slijtageproces van de wervelkolom vindt er een verdikking plaats van de gewrichtsbandjes (ligamenten) alsook arthrose van de facetgewrichten (een aanwas van bot ter hoogte van de tussenwervelgewrichtjes).  Deze twee fenomenen kunnen leiden tot een vernauwing van de diameter van het zenuwkanaal.  Daardoor ontstaat er een belangrijke druk op de zenuwwortels die door dit zenuwkanaal lopen.

Symptomen

De typische klacht van een patiënt met een lumbale spinale kanaalstenose is de zogenaamde neurogene claudicatioklacht.  De patiënt ervaart uitstralende pijnklachten, in 1 of meestal 2 benen, die typisch ontstaan bij het stappen.  Dit kan ontstaan na 10 of 20 meter stappen of na een paar honderd meter stappen.  Meestal moet de patiënt dan ergens gaan zitten of een voorovergebogen houding aannemen om de klachten te doen verminderen.  De patiënt kan dan terug enkele meters stappen waarna de klachten opnieuw optreden.  Daarenboven treden deze uitstralende pijnklachten ook vaak op bij het stilstaan, bijvoorbeeld wanneer iemand stil staat aan de kassa treden uitstralende pijnklachten op in de benen.  Tijdens het fietsen zijn er meestal geen klachten.

Diagnose

De diagnose van een spinale kanaalstenose wordt het meest nauwkeurig gesteld door een NMR-onderzoek.  Dit onderzoek kan de diameter van het wervelkanaal heel nauwkeurig bepalen, alsook de uitgebreidheid van de druk op zenuwbundels.

Behandeling

De behandeling is enerzijds afhankelijk van de ernst van de klacht van patiënt en anderzijds van de ernst van de vernauwing.  In milde gevallen kan een epidurale infiltratie enig soelaas brengen.  Meestal geeft dit een tijdelijke verbetering van de klachten.  De behandeling heeft plaats in het neurochirurgisch pijncentrum en wordt door uw behandelende neurochirurg uitgevoerd. Echter vaak zal de behandeling een operatief ingrijpen zijn waarbij het zenuwkanaal moet worden geopend (zie hoofdstuk lumbale laminectomie voor de operatieve details).

Postoperatief

In regel verbeteren de pijnklachten vrij snel en zal men vlotter en langer pijnvrij kunnen stappen.