Terug naar overzicht Print deze pagina

Lumbale discusdegeneratie

De wervelzuil bestaat uit 7 nekwervels, 12 borstwervels , 5 lendewervels en het heiligbeen.  Tussen 2 wervellichamen zit telkens een tussenwervelschijf of discus.  Deze 33 schijven verhogen de elasticiteit en de bewegingsmogelijkheden van de wervelzuil.  Een discus bestaat uit een vezelring en een zachte elastische kern.  De functie van deze discus is om de elasticiteit en de beweging van de wervelkolom mogelijk te maken: zowel buigen, strekken als draaiende bewegingen.  De discus staat bloot aan een normaal verouderingsproces of de zogenaamde degeneratie.  Het is dus perfect normaal dat de discus in het verloop van het leven degenereert.  We spreken van een pathologische discusdegeneratie wanneer deze slijtage te vroeg ontstaat of te snel evolueert.  Wanneer een discusdegeneratie leidt tot een discushernia dan kan dit afhankelijk van de lokalisatie, arm- of beenpijn, veroorzaken (zie hoofdstuk nekheria of lumbale hernia).  Echter een discusdegeneratie die niet resulteert in een discushernia kan op zich ook belangrijke pijnklachten geven.  Meestal spreekt men dan van een mechanische en belastingsafhankelijke pijnklacht.  Mechanisch wil zeggen dat de pijnklacht houdingsgebonden is en toeneemt onder belasting, bijvoorbeeld heffen, langdurig zitten.  Typisch is bijvoorbeeld dat de patiënt pijnklachten ervaart ter hoogte van de lage rug wanneer hij 's morgens uit bed opkomt of bij langdurig zitten. Na een half uur gewandeld te hebben, verminderen de pijnklachten meestal.

Diagnose

De diagnose van een discusdegeneratie wordt gesteld door middel van een NMR-onderzoek.  Deze kan de mate van slijtage van de tussenwervelschijf goed diagnosticeren.

Symptomen

De behandeling van deze pathologie is voornamelijk afhankelijk van de ernst van de klachten van de patiënt eerder dan van de ernst van slijtage die gevonden wordt op de NMR-scan.  Rugpijnklachten die kortdurend aanwezig zijn, hoeven op zich zelfs niet behandeld te worden.  Wanneer men een zogenoemde acute lumbago of verschot heeft, kan dit heel goed door de huisarts behandeld worden met ontstekingsremmers, eventueel spierontspanners en relatieve rust.  Eventueel kan daarna kinésitherapie worden opgestart.  Echter wanneer de lage rugpijnklachten chronisch van karakter worden, kan het soms nuttig zijn om een gespecialiseerde behandeling te starten.

Behandeling

Vaak wordt in eerste instantie gestart met infiltratiebehandeling, facetinfiltraties van de kleine gewrichtjes die de wervels met elkaar verbinden of epidurale infiltraties.  Deze behandelingen worden op dagklinische basis uitgevoerd in het neurochirurgisch pijncentrum - campus Virga Jesse.  De patiënt wordt hiervoor gedurende 1 à 2 uur voor opgenomen.  Meestal wordt een serie van infiltraties verricht.  In regel laten we de infiltraties een 4-tal weken inwerken.  Wanneer de patiënt een duidelijke beterschap ervaart 4 weken na de infiltratiebehandeling kan verder afgewacht worden.  Indien de pijnklachten onvoldoende onder controle zijn met de infiltraties kan, op indicatie, worden overgegaan tot een radiofrequentie ablatie (via infiltratietechnieken doornemen doornemen van de zenuwtjes die de pijn veroorzaken).  Ook deze behandeling heeft plaats in het neurochirurgisch pijncentrum.  Al deze infiltratiebehandelingen worden door de behandelde neurochirurg uitgevoerd.   Wanneer de klachten van patiënt blijven persisteren, therapieresistent worden aan alle pijntherapie en de patiënt de klacht als invaliderend ervaart, kan voor een discusdegeneratie een operatieve oplossing worden overwogen.  Hiervoor zijn de volgende types ingrepen aangewezen: