Terug naar overzicht Print deze pagina

Cervicale hernia

Een nekhernia of cervicale hernia is een uitpuiling van de tussenwervelschijf of discus ter hoogte van de nekwervels.  De functie van deze discus is de beweging van de wervelkolom te onderhouden.  Een slijtage van de tussenwervelschijf is een normaal proces dat bij iedereen in meerdere of mindere mate plaatsvindt.  Echter wanneer er een scheur ontstaat in de vezelring dan kan het binnenste gedeelte van de tussenwervelschijf, de zogenaamde kern, gaan uitpuilen en deze uitpuiling kan een druk veroorzaken op één van de zenuwen of het ruggenmerg.

Symptomen

De verschijnselen van een nekhernia bestaan oa uit pijn die uitstraalt in de arm, dit kan zijn in de bovenarm, de onderarm en zelfs tot in de hand. De pijn treedt op in het verzorgingsgebied van de zenuw waarop de druk wordt uitgeoefend.  Dit kan ook gepaard gaan met een doof of tintelend gevoel in de arm.  Indien de zenuw in belangrijke mate verdrukt wordt, kan dit zelfs aanleiding geven tot een verlamming en krachtsverlies in de arm. 

Diagnose

Een NMR van de nekwervels is het eerste keuze-onderzoek.  Dit onderzoek geeft nauwkeurige beelden over waar de hernia zit en in welke mate de zenuw verdrukt wordt.  Een CT-scan van de nekwervels is minder geschikt voor het opsporen van een discushernia.  Klinisch-neurologisch onderzoek kan uitvalsverschijnselen aantonen.

Behandeling

De behandeling is afhankelijk van de duur van de symptomen, de ernst van de symptomen en eventuele neurologische uitval.  Wanneer de uitstralende pijnklachten nog niet zo lang aanwezig zijn en er geen belangrijke neurologische uitval is, kan er vaak conservatief worden behandeld.  De behandeling die dan wordt toegepast is een wortelinfiltratie of een epidurale infiltratie.  In principe wordt een serie toegediend met een week er tussen.  Het effect van de behandeling wordt daarna een 4-tal weken afgewacht.  De behandeling heeft plaats in het neurochirurgisch pijncentrum en wordt door de behandelende neurochirurg uitgevoerd.

Als de uitstralende pijnklachten na geruime tijd nog aanwezig zijn, of de patiënt zeer hevig uitstralende pijnklachten heeft en deze eventueel gepaard gaan met een neurologische uitval dan zal een operatieve ingreep noodzakelijk zijn.  Wat betreft de nekhernia zijn er 2 types van ingrepen die kunnen worden verricht.  Ten eerste kan de hernia worden verwijderd via een insnede aan de voorzijde van de hals.  Bij deze ingreep wordt, of een blokje (fusie) of een prothese, in de tussenwervelruimte geplaatst.  Een tweede techniek is dat, via een kleine insnede aan de achterzijde van de nek zelf, enkel de herniaprop die tegen de zenuw duwt, wordt verwijderd.  Welke operatieve techniek het meest opportuun is, is afhankelijk  van het type nekhernia en zal door uw neurochirurg met u worden besproken.  Voor details over deze operatieve techniek, verwijzen we naar het hoofdstuk operatietechnieken.

Postoperatief

Wanneer een operatief ingrijpen voor een nekhernia noodzakelijk is, is een hospitalisatieduur van 1 of maximum 2 nachten te voorzien.  De uitstralende pijnklachten zullen na de ingreep vrijwel onmiddellijk sterk verbeterd zijn.  Voor het herstel van tintelingen, doofheid en krachtsverlies kan 3 maanden noodzakelijk zijn.  Het dragen van een halskraag bij een nekhernia is niet aangewezen, ook niet na een operatie.  Dit zal enkel de nekspieren verslappen en geen bijdrage tot het herstel leveren. In principe mag de patiënt na dergelijke ingreep vrijwel onmiddellijk de lichte dagdagelijkse werkzaamheden hervatten.  Een werkonbekwaamheid van 4 tot 6 weken is meestal te voorzien.