Terug naar overzicht Print deze pagina

neurostimulatie

Neurostimulatie wordt ook wel neuromodulatie, SCS of DCS genoemd.

Bij neurostimulatie worden elektrische impulsen gebruikt om de verwerking van pijnprikkels in het centraal zenuwstelsel te veranderen en daardoor de pijn te verminderen.  De impulsen veroorzaken een aangename tinteling terwijl de pijn zal afnemen.

Neurostimulatie werkt vooral op pijnklachten ten gevolge van zenuwletsels en wordt het meest toegepast voor chronische pijnklachten na rugoperaties.  Na een zorgvuldige selectieprocedure kan tot behandeling worden besloten. 

Een neurostimulatiesysteem bestaat uit een of meerdere elektrodes, een impulsgenerator (batterij) en een verbindingsdraad tussen deze elementen.

In eerste instantie wordt er een elektrode in het ruggenmergkanaal geplaatst.  Na het plaatsen van deze elektrode volgt een proefbehandeling gedurende één maand om uit te testen of de patiënt werkelijk verbetering ondervindt van de behandeling. Gedurende deze periode worden de tintelingen opgewekt door een uitwendig apparaatje.  Verzorging tijdens de proefperiode verloopt op zorvuldige wijze zie verzorging proefstimulator.

Bij gunstige verbetering tijdens de proefperiode zal worden overgegaan tot het implanteren van de definitieve neurostimulator.  Deze wordt via een verbindingsdraad verbonden met de reeds geplaatste elektrode.  Dit alles wordt inwendig, net onder de huid geplaatst.  De batterij van de impulgenerator gaat gemiddeld een 5-tal jaren mee.  Vervanging van een lege batterij is een kleine ingreep in dagopname.

Indien de pijn tijdens de proefperiode niet of onvoldoende verbetert, wordt de elektrode verwijde