Terug naar overzicht Print deze pagina

Primaire hersentumor

Het hersenweefsel is opgebouwd uit hersencellen (neuronen) die ondersteund worden door bindweefsel of gliacellen.  De hersentumoren ontstaan, in de meerderheid van de gevallen, uit de bindweefsel-of gliacellen en worden daarom ook wel gliomen genoemd.  Men onderscheidt een tweetal soorten bindweefselcellen met name de astrocyten en de oligodendrocyten.

Incidentie en gradatie

Over het ontstaan en de oorzaken van de dergelijke hersentumoren is vrijwel niets bekend.  Van geen enkele omgevingsfactor is een relatie met het ontstaan van hersentumoren aangetoond (voeding, roken, alcohol,...).  Ook over het verband van het gebruik van gsm's is er geen wetenschappelijk bewijs.  Mannen en vrouwen lopen min of meer gelijkmatig risico om dergelijke hersentumor te krijgen. De twee piekleeftijden  liggen tussen de levensjaren 30-40 en 50-60 maar hier is een grote variatie mogelijk.

Dergelijke hersentumoren kunnen we onderscheiden in twee types en 4 gradaties.  De typering hangt samen met het type bindweefselcel van waaruit de tumor groeit.  We onderscheiden dus astrocytomen en oligodendrogliomen, een mengvorm oligoastrocytomen is ook mogelijk.  Daarna worden tumoren ook nog getypeerd in 4 gradaties:

  • Graad I: tumor die vaak niet of alleszins zeer traag groeit, dit type tumor is vaak geneesbaar.
  • Graad II: hierbij is er sprake van een toegenomen groei die langzaam progressief is.  De tumor graad I en II worden ook wel de laaggradige tumoren genoemd.
  • Graad III: hierbij zijn er tekens van kwaadaardigheid waarbij er een snelle groei aanwezig is.
  • Graad IV: de meest kwaadaardige vorm waarbij er een volledig ongeremde groei is met een woekering van de tumor tot gevolg.

De soort van kwaadaardigheid bij primaire hersentumoren is anders dan bij andere kankergezwellen in het lichaam.  Een hersentumor zaait niet uit naar andere delen van het lichaam maar heeft bij tekens van kwaadaardigheid de neiging om op de plaats van ontstaan telkens opnieuw te gaan woekeren of eventueel te gaan groeien in andere delen van de hersenen.

Symptomen

De symptomen van dergelijke tumoren hangen enerzijds samen met een verhoogde druk in het hoofd wat kan leiden tot hoofdpijnklachten, misselijkheid en braken.  Wanneer de tumor groeit in een neurologisch 'stil' gebied, dwz een deel van de hersenen waar uitval van functie minder snel opvalt, kunnen deze tumoren gedurende enige tijd onopgemerkt blijven.  Echter wanneer de tumor blijft doorgroeien of ontstaat in een neurologisch belangrijke zone zal vrij snel functieverlies opvallen zoals psychische-en karakterstoornissen, motorische symptomen (verlamming van arm of been), spraakstoornissen of gezichtsvelduitval.  Ook een epileptische aanval kan het gevolg zijn van een hersentumor echter dit wil niet zegen dat iedere epileptische aanval het gevolg is van een hersentumor.

Verder onderzoek wordt in principe steeds dmv een NMR scan verricht.  Deze NMR geeft een idee over het type en de graad van de tumor maar kan geen definitieve diagnose stellen noch qua type noch qua  gradatie.  De NMR laat de neurochirurg toe om de exacte plaats van de tumor te bepalen alsook om op basis van deze gegevens te beslissen of deze tumor in aanmerking komt voor een operatieve verwijdering.

Behandeling

Voor de behandeling van dit soort hersentumoren wordt in eerste instantie door de neurochirurg bekeken of de tumor volledig of alleszins voor een groot deel verwijderd kan worden.  Dit hangt af van de lokalisatie van de tumor alsook van de uitgebreidheid ervan.  Indien een operatie mogelijk is, is het vaak de beste behandeling.  Indien omwille van de lokalisatie van de tumor of de uitgebreidheid ervan het niet mogelijk is om deze zonder veel risico's te verwijderen zal een stereotactische biopsie worden voorgesteld.  Dit is het nemen van een weefselbiopsie om een definitieve typering en gradatie van de tumor te kunnen bekomen en aldus de verdere behandeling hierop te kunnen afstemmen.

De definitieve diagnose met exacte typering en gradering van de tumor wordt bekomen nadat een stuk van de tumor is onderzocht in het labo anatomopathologie.  Dit vergt gemiddeld een 5-tal werkdagen.  Voordat de definitieve diagnose bekend is, zal de neurochirurg dan ook geen definitieve uitspraken hierover doen.

Over het algemeen zijn de complicaties bij het verwijderen van een primaire hersentumor of het nemen van een stereotactische biopsie de volgende:

  • zwelling van de hersenen (oedeem)
  • nabloeding
  • infectie
  • toename of optreden van neurologische uitval of epileptische aanvallen
  • daarnaast zijn er nog de algemene complicaties die samenhangen met een operatieve ingreep zoals thrombose, longontsteking,...

In een uitgebreid preoperatief gesprek zal de neurochirurg met u alle mogelijke risico's en complicaties in detail bespreken.

Na de operatie voor het verwijderen van een hersentumor dan wel een stereotactische biopsie zal de patiënt gedurende één nacht worden opgenomen op de afdeling intensieve zorgen respectievelijk neurologie/mediumcare neurochirurgie.  De eerste postoperatieve dag na de ingreep wordt een controle CT scan van de hersenen verricht en indien deze geen bijzonderheden toont, kan de patiënt naar de gewone verpleegafdeling neurochirurgie worden overgeplaatst.  In geval van stereotactische biopsie kan de patiënt één dag na de ingreep het ziekenhuis al verlaten.

Nabehandeling

Zoals reeds gezegd is de defintieve diagnose ongeveer 5 werkdagen na de ingreep bekend.  De definitieve diagnose zal dan met de patiënt en familie uitgebreid worden besproken alsook de geadviseerde nabehandeling.  Deze nabehandeling hangt volledig af van het type en gradatie van de tumor.  Voornamelijk bij de kwaadaardige primaire hersentumoren is de kans op een recidief (het opnieuw ontstaan van de tumor) zeer reëel.  Daarom wordt bij kwaadaardige tumoren bijkomende radio-en chemotherapie geadviseerd.  De behandeling van dergelijk recidief hangt van een groot aantal factoren af: leeftijd, conditie van patiënt, plaats van de tumor, interval tot recidief, aanvankelijk herstel na eerste ingreep en dergelijke.  In sommige gevallen kan worden besloten om een tweede ingreep uit te voeren.  De beslissing hieromtrent dient van geval tot geval te worden bekeken.

Tenslotte is de diagnose van een primaire hersentumor een zeer ernstige diagnose, zeker in het geval van graad III en IV.  Patiënten met laaggradige tumoren kunnen echter vaak nog jaren goed leven maar voor patiënten met hooggradige hersentumoren en zeker graad IV ziet het er ondanks maximale behandeling helaas veel slechter uit.  Ondanks grote vooruitgang in de neurochirurgie, radiotherapie en neuro-oncologie is een volledige genezing van dergelijke tumoren niet mogelijk.  Er wordt onderzoek gedaan naar vaccinatietherapie echter ook met deze behandeling is volledige genezing niet mogelijk.  Doorgaans overlijden patiënten met een recidief tumor aan de verhoging van de druk in het hoofd wat leidt tot toenemende sufheid en neurologische uitval.  Deze laatste fase is door de ontluistering en het verlies van contact voor de omgeving akeliger dan voor de patiënt zelf die er meestal geen weet meer van heeft.  Patiënt voelt geen pijn en slaapt doorgaans heel rustig in.  Dit is uiteraard de fase waarbij palliatieve ondersteuning van de patiënt en familie onontbeerlijk is.