Terug naar overzicht Print deze pagina

Normale drukhydrocephalie (iNPH)

Hydrocefalie of de vorming van een waterhoofd, berust op een gestoorde omloop van het hersen-en het ruggenmergvocht.  Bij normale drukhydrocefalie is er een gestoorde opname van het hersenvocht (resorptie) ten gevolge van ouderdomsverschijnselen. 

Symptomen

Deze stoornis ontstaat heel langzaam over een langere tijdsperiode.  In het begin van deze ziekte zijn de klachten en symptomen meestal niet erg duidelijk.  Na verloop van tijd worden de symptomen meer duidelijk.  De typische verschijnselen ontstaan heel langzaam en bestaan klassiek uit 3 symptomen: de triade van de Hakim-Adams.  Deze 3 verschijnselen hoeven echter niet allemaal aanwezig te zijn, soms is slechts 1 symptoom aanwezig.  De typische triade bestaat uit:

  • gangstoornissen: patiënten hebben de neiging om een schuifelende gang te vertonen, ze stappen met kleine pasjes.
     
  • dementie: omdat het meestal om oudere patiënten gaat wordt in eerste instantie vaak gedacht dat het gaat om een gewoon verouderingsverschijnsel 'wat er nu éénmaal bijhoort als je ouder wordt'.  Men heeft hier dus wel degelijk te maken met een behandelbare vorm van dementie.
     
  • urine incontinentie: het spontane verlies van urine.

Diagnose

Voor de diagnose wordt in eerste instantie een CT en NMR hersenen verricht.  De CT wordt verricht om te kijken of de hersenkamers uitgezet zijn door het teveel aan hersenvocht.  De NMR wordt verricht om te kijken of er geen obstructie is, dit wil zeggen een stoornis van de afvoerweg van het hersenvocht.

In principe zal voor verdere diagnostiek door de neuroloog een lumbaal punctie (ruggenprik) worden verricht.  Tijdens deze ruggenprik wordt ongeveer 40 à 50 ml hersenvocht afgelaten waarna het gangpatroon van de patiënt wordt beoordeeld.  Vaak treedt na dergelijke ruggenprik een duidelijke, maar slechts zeer tijdelijke verbetering op van het gangpatroon van de patiënt.

Behandeling

Indien de diagnose van normale drukhydrocephalie wordt bevestigd, wordt de implantatie van een ventriculoperitoneale shunt (zogenaamd pompje) voorgesteld.  Bij een implantatie van dergelijk pompje wordt via een insnede achter het rechter oor een catheter of buisje geplaatst in de hersenkamer die dan wordt geconnecteerd op een klep of sluismechanisme dat open gaat bij een bepaalde druk.  Via 2 bijkomende insnedes ter hoogte van de hals en de buik wordt deze klep verbonden met het onderhuids buisje zodanig dat het hersenvocht wordt afgeleid naar de buikholte.  Daar wordt het hersenvocht opgenomen door het buikvlies, komt het vervolgens in de bloedbaan terecht en wordt het vervolgens uitgeplast.  Dergelijke ingreep duurt gemiddeld ongeveer 1 uur en een hospitalisatie van een 4-tal dagen is te voorzien.